Het grootste deel van de geschiedenis ging lading zo de oceaan over.
Elke handelsroute ter wereld is onder zeil geopend. Daarna nam de motor het in een paar generaties volledig over, en scheelde het een haar of het ambacht van vracht varen op wind was verdwenen. Kaap Kargo begon met één klein schip en de vraag of het nog toekomst had.
LUN II
Kaap Kargo begon met één enkele reis aan boord van LUN II, een klein traditioneel zeilschip, en een overtuiging die vooruitliep op het bewijs: dat goederen vandaag de dag nog steeds onder zeil de Atlantische Oceaan over kunnen, commercieel, niet als demonstratie maar als dienst die iemand daadwerkelijk afneemt.
Er was geen vloot, geen terminal, nauwelijks een dienstregeling. Er was één schip, een bemanning die ermee wilde varen, en lading die naar de overkant van een oceaan moest. Alles wat het bedrijf nu doet is op die volgorde gebouwd: eerst de zee, daaromheen het bedrijf.


Zuid-Amerika, onder zeil
Die ene reis bracht LUN II naar Zuid-Amerika en terug, over de oude route van de passaatwinden (trade winds), dezelfde die elk zeilschip vierhonderd jaar lang westwaarts nam. Daarmee was de vraag beantwoord waar het hele idee op rustte: de oversteek kon gezeild worden, de lading kwam aan, en aan beide kanten waren producenten en afnemers die hun goederen zo vervoerd wilden zien.
Het liet ook de grens zien. Zo'n lange reis, met zo veel werk, loont alleen als er genoeg lading in het ruim zit om die te rechtvaardigen, en LUN II kon slechts een fractie dragen van wat een echte vrachtvaart nodig heeft.

Ide Min neemt het over
Ide Min was het antwoord op die grens. Een stalen romp uit 1957 met een werkzaam leven achter zich, gebouwd als Oost-Duitse sleepboot en in 1993 in Polen verbouwd tot zeilend charterschip, in Amsterdam door Woodies Shipbuilding omgebouwd tot zeilend vrachtschip met een ruim voor 55 ton.
Zij nam het over van LUN II omdat ze kon dragen wat LUN II niet kon: genoeg lading om een oversteek ook voor een verlader te laten kloppen. Het is een schip met een geschiedenis, en het schrijft een nieuw hoofdstuk als ons werkschip op de Atlantische Oceaan.
De korte versie
Fotografie van de eerste reizen: Lois Notebaart.

Waarom een werkend schip, en geen museum
In havens door heel Europa liggen prachtige zeilschepen, gelakt en bewonderd en nergens naartoe op weg. Dat is één manier om een ambacht te bewaren, en het is de onze niet. Tuigage, astronomische navigatie, traditioneel stuwen, nachtwacht lopen in slecht weer. Die vaardigheden blijven alleen bestaan in handen die ze gebruiken om ergens te komen, met iets in het ruim dat moet aankomen.
Dus verdient Ide Min haar eigen brood. Elke oversteek is een seizoen zeemanschap dat van ervaren zeilers overgaat op de shipmates aan boord, en de reden dat het vak überhaupt een volgende generatie heeft. De vracht betaalt ervoor; het ambacht is wat het oplevert.
Waar dit heen gaat
Eén schip en één oversteek per jaar is een begin, niet het plan. Onze vloot laten groeien, onze routes uitbreiden, grotere schepen testen, samenwerkingen in de sector en met groene partners versterken, onderzoek op zee ondersteunen, en lokale jongeren echte kansen aan boord geven.
Zo geven wij de toekomst van duurzame scheepvaart vorm: één werkende reis per keer, met meer ruim, meer routes en meer handen om ze te varen.
Het volgende hoofdstuk heeft lading nodig.
Heb je goederen die de Atlantische Oceaan over moeten? Wij hebben een ruim en een seizoen.
Neem contact op